Innerlijke rust: de verborgen valkuil van innerlijk werk
Waarom vind je geen rust na al dat innerlijke werk?
Er is mij de laatste tijd iets opgevallen. Niet alleen in mijn eigen proces, maar ook bij mensen die ik ontmoet in mijn praktijk. We doen steeds meer om onszelf te ontwikkelen en innerlijke rust te vinden, maar toch lijkt die rust soms juist verder weg. En ik denk dat veel mensen die bezig zijn met persoonlijke ontwikkeling dit zullen herkennen.nen.
We leven in een tijd waarin we ontzettend veel aan onszelf kunnen werken. We helen onze trauma’s, doorbreken patronen, reguleren ons zenuwstelsel, doen innerlijk kindwerk, onderzoeken onze triggers en proberen steeds bewuster te leven.
En begrijp me niet verkeerd: persoonlijke ontwikkeling heeft mij ontzettend veel gebracht. Ook in mijn praktijk zie ik hoeveel er kan veranderen wanneer iemand bereid is om werkelijk naar binnen te kijken.
Toch is mij iets gaan opvallen.
Juist op de plek waar we innerlijke rust zoeken, lijkt er steeds meer werk bij te komen.
Er is altijd nog een volgende laag. Een blokkade. Een patroon. Een wond die geheeld moet worden.
Je hebt therapie gevolgd, boeken gelezen en podcasts geluisterd. Misschien heb je ademsessies gedaan, gemediteerd, opstellingen gevolgd of retraites bezocht.
Je kent inmiddels je triggers, begrijpt waar je patronen vandaan komen en weet waarom je zenuwstelsel reageert zoals het reageert.
En toch kom je niet echt tot rust.
Er blijft iets in jou zoeken. Iets wat zegt dat je er nog niet bent. Dat er nog iets opgelost moet worden. Dat je nog niet genoeg geheeld, bewust of ontwikkeld bent.
Maar wie is dat eigenlijk in jou die dat zegt?

De Matroesjka in ons
Ik vergelijk onze binnenwereld graag met een Matroesjka: de Russische poppetjes die in elkaar passen.
Want hoewel we onszelf ervaren als één persoon, leven er verschillende delen in ons.
Zoals: De perfectionist. De pleaser. De harde werker. Het bange kind. Het deel dat alles onder controle wil houden.
En natuurlijk de innerlijke criticus.
Deze delen zijn niet zomaar ontstaan. Ze hebben zich ontwikkeld in reactie op wat we hebben meegemaakt, gezien, gevoeld of gemist.
Zo kan een pleaser hebben geleerd dat aanpassen nodig is om de verbinding te bewaren. Een perfectionist kan hebben ontdekt dat fouten maken kritiek oplevert. En een controleur kan zijn ontstaan in een omgeving waarin weinig voorspelbaar was.
Onze delen proberen ons dus op hun eigen manier te beschermen.
Alleen zijn hun manieren soms wat onhandig geworden waardoor sommige delen nogal een bijzondere communicatieve vaardigheden hebben ontwikkeld.
Vooral de innerlijke criticus.
Je innerlijke criticus leest met je mee
Wanneer jij aan persoonlijke ontwikkeling doet, doet je innerlijke criticus gewoon met je mee.
Hij leest dezelfde boeken.
Luistert naar dezelfde podcasts.
En gaat als het ware mee naar therapie.
Alleen verwerkt hij de informatie vanuit zijn eigen blik.
Jij leest over de wond van afwijzing en denkt misschien:
Wat interessant, ik herken hier iets van mezelf in.
De criticus leest mee en denkt:
Zie je wel. Er is iets mis met je.
Jij leest dat je bepaalde patronen hebt ontwikkeld om jezelf te beschermen.
De criticus hoort:
Weer een patroon dat weg moet.
Jij leest over heling.
De criticus concludeert:
Dan ben je blijkbaar kapot. Aan het werk.
En voor je het weet, wordt persoonlijke ontwikkeling precies datgene waar je eigenlijk vanaf wilde:
nog een plek waar je niet goed genoeg bent.
Want de criticus kent geen eindpunt.
Je kunt tien jaar therapie volgen, honderd boeken lezen, je jeugd begrijpen, je patronen herkennen en iedere ochtend om zes uur mediteren op een bergtop in Nepal…
Hij vindt wel iets.
Mooi hoor, maar volgens mij ben je nog niet helemaal in overgave.
Je kunt deze wedstrijd niet winnen door nóg harder je best te doen. Zodra jij één doel bereikt, verplaatst de criticus de eindstreep.
Zelfs de criticus wil verlicht worden
En alsof persoonlijke ontwikkeling nog niet genoeg mogelijkheden biedt, heeft de innerlijke criticus inmiddels ook de spiritualiteit ontdekt.
Daar kan hij zich helemaal uitleven.
Je leest bijvoorbeeld dat liefde een hoge frequentie heeft en dat verlichting ergens rond niveau 700 begint.
Interessant.
Tot je op dinsdagochtend wakker wordt met angst.
De criticus is direct alert:
Oei. Dit voelt niet als 700.
Vervolgens raak je geïrriteerd omdat iemand voor je bij de kassa uitgebreid naar zijn portemonnee gaat zoeken.
Nou, we zitten inmiddels waarschijnlijk rond de 150.
En wanneer je later die dag ook nog boos wordt op je partner, is het duidelijk:
Dit gaat helemaal mis. Op deze manier trek je straks ook nog van alles aan.
Voor je het weet ben je niet alleen bang, boos of verdrietig.
Je hebt ook nog het gevoel dat je spiritueel gefaald hebt.
Een weg die oorspronkelijk over liefde, bewustzijn en acceptatie gaat, kan zo ongemerkt veranderen in een nieuw beoordelingssysteem.
We mogen niet bang zijn, want angst heeft een lage frequentie. Niet te lang verdrietig zijn, want we moeten loslaten. En boosheid is natuurlijk al helemaal verdacht.
En als er dan tóch iets vervelends gebeurt, vraagt de criticus zich af:
Wat heb jij nou weer gemanifesteerd?
Best een drukke baan, dat verlicht zijn.
De criticus heeft simpelweg een spiritueel jasje aangetrokken.
Hij zegt niet meer:
Je bent niet goed genoeg.
Hij zegt:
Je bent nog niet bewust genoeg.
Andere woorden. Dezelfde criticus.
Waar komt die innerlijke criticus vandaan?
De innerlijke criticus ontstaat vaak al vroeg.
Misschien groeide je op met een ouder die vooral zag wat beter kon. Misschien was presteren belangrijk of was er weinig ruimte voor fouten.
Vaak zat daar geen slechte intentie achter. Ouders willen meestal dat hun kind goed terechtkomt.
Maar een kind kan iets anders opslaan:
Ik moet het goed doen om waardering te krijgen.
Ik mag geen fouten maken.
Zoals ik nu ben, is het niet genoeg.
Langzaam kunnen stemmen van buiten stemmen van binnen worden.
Maar een sterke criticus kan ook op een andere manier ontstaan.
Misschien groeide je juist op in een gezin met weinig regels, structuur of verantwoordelijkheid. Een kind kan dan besluiten:
Zo wil ik nooit worden.
Ik moet gedisciplineerd zijn.
Ik moet zorgen dat ik wél iets van mijn leven maak.
De ene criticus lijkt dus op de ouder. De andere is juist ontstaan om nooit op die ouder te hoeven lijken.
Andere oorsprong. Dezelfde druk.
Hoe hij ook is ontstaan, de criticus denkt dat hij nodig is. Om te voorkomen dat je faalt, afgewezen wordt, de controle verliest of niet goed terechtkomt.
Daarom geloof ik niet dat we hem moeten bevechten.
Ook hij is een deel van onze innerlijke Matroesjka. Ook hij heeft een verhaal.
De criticus praat, het innerlijke kind voelt
De innerlijke criticus praat niet zomaar tegen zichzelf.
Zijn woorden zijn gericht op een ander deel in ons: het innerlijke kind.
De criticus zegt:
Je hebt het niet goed gedaan.
Je moet harder je best doen.
Straks vinden ze je niet meer aardig.
Je bent niet goed genoeg.
En het innerlijke kind reageert.
Niet door te bedenken waar dit gevoel vandaan komt.
Het voelt.
Onrust. Angst. Schaamte. Spanning.
Of dat bekende gevoel dat je snel iets moet doen om het weer goed te maken.
Dat is ook waarom we in het hier en nu soms zo sterk kunnen reageren op iets wat rationeel gezien misschien helemaal niet zo groot is.
Je volwassen kant kan best weten:
Ik heb niets verkeerd gedaan.
Maar vanbinnen speelt zich iets anders af.
De criticus zegt:
Pas op, je hebt iemand teleurgesteld.
En het innerlijke kind voelt:
Straks word ik afgewezen.
De criticus zegt:
Je moet jezelf eerst nog helen.
En het kind voelt:
Er is iets mis met mij.
En vervolgens voelen wij de onrust.
Het innerlijke kind heeft op zo’n moment niet nóg een analyse of verbeterpunt nodig.
Het wil gezien en gehoord worden.
Het heeft behoefte aan veiligheid. Aan iemand die kan zeggen:
Ik zie dat je bang bent.
Ik begrijp waarom dit je raakt.
Je hoeft niets te bewijzen.
Ik blijf bij je.
Wie neemt de leiding?
Naast onze beschermende delen hebben we ook het vermogen om waar te nemen wat er in ons gebeurt, zonder onmiddellijk in de reactie mee te gaan.
Je kunt dit het observerende zelf noemen.
Daarnaast kunnen onze volwassen kant en de liefdevolle innerlijke ouder meer ruimte krijgen. Deze innerlijke functies zijn met elkaar verbonden, maar hebben ieder hun eigen rol.
Het observerende zelf kan opmerken:
Mijn criticus is nu heel hard aan het werk.
Ik voel dat een jong deel in mij bang wordt.
Mijn pleaser wil nu onmiddellijk zorgen dat de ander niet boos wordt.
Zonder oordeel.
Daardoor ontstaat er ruimte voor onze volwassen kant om te kijken naar wat er nú werkelijk gebeurt en een bewuste keuze te maken.
En de liefdevolle innerlijke ouder kan het jongere deel geven wat het nodig heeft: veiligheid, aandacht, geruststelling en soms ook begrenzing.
Voor mij werken deze functies samen.
Waarnemen wat er gebeurt.
Reageren vanuit het hier en nu.
En onszelf leren geven wat we nodig hebben.
Wanneer het innerlijke kind zich gezien, gehoord en veilig voelt, kan het ontspannen. De criticus hoeft niet langer voortdurend de ouderrol op zich te nemen en wij hoeven niet door iedere innerlijke stem te worden meegesleept.
Misschien ontstaat daar wel een belangrijk deel van de innerlijke rust waar we zo hard naar zoeken.
Misschien hoef je helemaal niet geheeld te worden
Er is nog iets waar ik steeds vaker over nadenk.
Binnen therapie en persoonlijke ontwikkeling gebruiken we vaak het woord helen.
We moeten onze wonden helen. Ons innerlijke kind helen. Onze trauma’s helen. Onszelf helen.
Maar als ik geheeld moet worden, vertel ik mezelf dan niet ergens dat ik kapot ben?
En daar ziet de innerlijke criticus natuurlijk onmiddellijk mogelijkheden.
Eindelijk een serieus project.
Zie je wel? Er is inderdaad iets mis met je. Gelukkig zijn we ermee bezig.
Voor je het weet, ben je niet meer bezig met bewustwording.
Je bent jezelf aan het repareren.
Voor mij is dat een wezenlijk verschil.
Ik geloof niet dat we kapot zijn.
Ik geloof wel dat we ons hebben aangepast. Dat we zijn gaan pleasen, controleren, presteren, onszelf kleiner maken of altijd sterk zijn.
Niet omdat er iets mis met ons was, maar omdat deze delen ons probeerden te beschermen.
Daarom hoeven ze niet weg.
We mogen ze ontmoeten, begrijpen en integreren in het geheel van wie we zijn.
Therapie als ontmoeting, niet als reparatie
Dat is ook hoe ik naar mijn werk kijk.
Therapie hoeft niet de volgende opdracht op je lijst van persoonlijke ontwikkeling te worden.
In mijn werk met NEI-therapie, innerlijk kindwerk en delenwerk onderzoek ik samen met iemand wat er onder een patroon speelt.
Niet vanuit:
Wat is er nog mis met mij?
Maar vanuit:
Wat gebeurt er in mij en wat wil hier gezien worden?
Soms ontmoeten we de innerlijke criticus. Niet om hem het zwijgen op te leggen, maar om te luisteren.
Waar beschermt hij je tegen? Waarom is hij zo streng geworden? Wat denkt hij dat er gebeurt wanneer jij stopt met presteren, pleasen of jezelf voortdurend verbeteren?
En daaronder ontmoeten we soms het jongere deel dat al die tijd de onrust, angst of het gevoel van afwijzing heeft gedragen.
Vanuit daar kan er meer ruimte ontstaan voor bewustzijn, volwassen keuzes en een liefdevolle innerlijke ouder.
Niet omdat je ook dit weer perfect moet leren.
Maar om meer veiligheid in jezelf te ervaren.
Meer zachtheid.
Meer vertrouwen.
En uiteindelijk: minder moeten.

Je bent de hele Matroesjka
Misschien is dat waarom ik de Matroesjka zo’n mooie metafoor vind.
We bestaan uit verschillende delen: de perfectionist, de pleaser, de criticus, de controleur en het bange of gekwetste kind.
Het doel is niet om alle poppetjes weg te gooien totdat alleen de perfecte versie van jou overblijft.
De Matroesjka is compleet mét alle poppen.
Dat is voor mij integratie.
De criticus mag er zijn, maar hoeft niet altijd de leiding te nemen.
Het innerlijke kind mag bang zijn, maar hoeft niet meer alleen te zijn.
De pleaser mag verlangen naar verbinding, zonder zichzelf daarvoor te verlaten.
En de perfectionist mag zijn kwaliteiten behouden, zonder je voortdurend uit te putten.
Je essentie hoeft niet gemaakt te worden.
Die is er al.
Misschien gaat persoonlijke ontwikkeling daarom niet over het maken van een betere versie van jezelf.
Maar gaat het over bewust worden van de delen die in jou leven en ontdekken wie je bent wanneer je ze niet meer hoeft te bevechten.
Misschien begint innerlijke rust niet wanneer je eindelijk alles aan jezelf hebt veranderd.
Maar begint ze wanneer je leert te zijn met wat er is.
Niet van kapot naar geheeld.
Maar van jezelf steeds willen verbeteren naar jezelf werkelijk ontmoeten.
Want onder al die beschermingsmechanismen is er niet een betere versie van jou die nog gemaakt moet worden.
Je bent er al.
Heeft jouw criticus je misschien ook te pakken?
Heb je na het lezen van deze blog een klein vermoeden dat jouw innerlijke criticus al die tijd gezellig met je heeft meegedaan aan persoonlijke ontwikkeling?
Misschien heeft hij dezelfde boeken gelezen, dezelfde podcasts geluisterd en inmiddels een indrukwekkende lijst gemaakt van alles wat er volgens hem nog aan jou moet gebeuren.
Dan is het misschien tijd om hem eens te ontmoeten.
Niet om hem weg te sturen of nóg een project van jezelf te maken, maar om te ontdekken wat hij probeert te doen. Waar beschermt hij je tegen? En welk deel in jou wil misschien al heel lang gezien en gehoord worden?
Met NEI-therapie, innerlijk kindwerk en delenwerk kunnen we samen onderzoeken wat er onder jouw patronen speelt en hoe er meer ruimte kan ontstaan voor innerlijke rust en een liefdevolle relatie met jezelf.
Niet om een betere versie van jezelf te worden.
Maar om meer rust te vinden in wie je al bent.
Ben je nieuwsgierig geworden? Je bent welkom om contact met mij op te nemen of een afspraak te maken.
Maak een kennismakingsafspraak
Innerlijke rust: de verborgen valkuil van innerlijk werk
Waarom vind je geen rust na al dat innerlijke werk? Er is mij de laatste…
Waarom patronen niet veranderen
Waarom je blijft vastzitten — ook als je al bewust bent Laat me je meenemen…
Waarom het nooit genoeg voelt
Het patroon van nooit genoeg (waarom je blijft streven naar perfectie) nooit genoeg Misschien herken…
Waarom je altijd aan jezelf twijfelt
Waarom je je niet goed genoeg voelt Misschien herken je dit… Je zegt iets… en…
Waarom je jezelf wegcijfert in relaties
Je zegt ja… terwijl je eigenlijk nee voelt. Je voelt dat iets niet helemaal klopt,maar…
Het masker van controle in relaties
Lieve lezer, Misschien herken je dit wel… Je voelt haarfijn aan wanneer iets niet klopt….